Zoek je een eenvoudige manier om de waarde van je bedrijf te bepalen? Dan is de rentabiliteitswaarde een logische optie. Zeker voor stabiele MKB-bedrijven zonder uitgesproken groeiplannen wordt deze methode vaak gebruikt. In deze blog lees je hoe het werkt, wanneer je het inzet en wat de beperkingen zijn.
Wat is de rentabiliteitswaarde?
De rentabiliteitswaarde gaat uit van de genormaliseerde winst en het rendement dat een koper verwacht. Je deelt de winst door de rendementseis, ook wel kapitalisatievoet genoemd.
Een voorbeeld:
Maakt je bedrijf €400.000 winst per jaar en verwacht de koper 20% rendement, dan is de waarde:
€400.000 / 0,20 = €2.000.000
Hoe hoger de rendementseis, hoe lager de waarde. Hoe lager het risico, hoe gunstiger de uitkomst.
Wanneer gebruik je deze methode?
Deze aanpak werkt vooral goed bij bedrijven waar stabiliteit belangrijker is dan groei. Denk aan:
- Familiebedrijven of lokaal gevestigde ondernemingen
- Sectoren met voorspelbare resultaten
- Interne overdracht of management buy-in
- Waarderingen voor fiscale of juridische doeleinden
Het is een nuchtere en praktische methode, zonder ingewikkelde prognoses.
Hoe bepaal je de genormaliseerde winst?
De winst die je gebruikt moet representatief zijn. Dat betekent corrigeren voor zaken die niet structureel of marktconform zijn, zoals:
- Een te hoog of te laag DGA-loon
- Eenmalige kosten of baten
- Niet-marktconforme deals met gelieerde partijen
- Boekhoudkundige effecten zoals lease of IFRS
Hoe beter deze normalisatie klopt, hoe betrouwbaarder de uitkomst van de waardering.
Wat is de kapitalisatievoet?
De kapitalisatievoet is het rendement dat een koper wil halen. Die bestaat uit twee componenten:
- Risicovrije rente, bijvoorbeeld het rendement op staatsobligaties
- Risico-opslag, afhankelijk van sector, stabiliteit en schaalgrootte
Samen vormen ze de rendementseis. Voor kleine bedrijven of sectoren met veel onzekerheid ligt die eis vaak hoger. Bij stabiele bedrijven juist lager.
Wat zijn de beperkingen?
De rentabiliteitswaarde is een statische methode. Ze kijkt terug naar historische prestaties en houdt geen rekening met groei, synergie of kasstromen. Daardoor is ze minder geschikt bij snelgroeiende bedrijven of strategische transacties.
In de praktijk wordt de methode daarom vaak gecombineerd met DCF of multiples. Zo ontstaat een completer beeld en voorkom je dat de uitkomst te beperkt blijft.
Veelgestelde vragen
Wanneer kies je rentabiliteitswaarde in plaats van DCF?
Bij stabiele bedrijven zonder grote groeiplannen is rentabiliteitswaarde eenvoudiger en praktischer.
Hoe bepaal je de juiste kapitalisatievoet?
Gebruik marktdata, sectorbenchmarks en een realistische inschatting van risico.
Kan je deze methode gebruiken bij overdracht binnen de familie?
Ja, dit is een veelgebruikte methode bij interne overdrachten en management buy-ins.
Wil je weten of de rentabiliteitswaarde een goede methode is voor jouw situatie? Plan een vrijblijvend gesprek met Hogenhouck m&a. We helpen je bij een onderbouwde waardering die past bij jouw bedrijf en jouw toekomstplannen.